Deze website maakt gebruik van cookies Meer info? Verberg deze melding

Stichting van het onderwijs over aanpak kabinet

Onvoldoende investering in de aantrekkelijkheid van het werken in het onderwijs. Onrust over de doelmatigheidskorting die scholen boven het hoofd hangt. Te weinig concrete maatregelen om kansenongelijkheid te bestrijden. De Stichting van het Onderwijs, waarin onderwijsorganisaties en vakbonden verenigd zitten, vindt de investeringen die het nieuwe kabinet voor het onderwijs voorstelt terecht, maar de sociale partners blijven nog met vele vragen zitten.

De Stichting voor het Onderwijs, waarin werkgevers- en werknemersorganisaties uit alle onderwijsgeledingen vertegenwoordigd zitten, presenteerde in februari van dit jaar een Zespuntenplan. Met de verkiezingen in aantocht zette de stichting de sectoroverstijgende maatregelen en investeringen die nodig zijn om het onderwijs te verbeteren op een rij. Het vormde een oproep aan het nieuw te vormen kabinet. Daarin staan aanbevelingen als vroeg beginnen met onderwijs om kansenongelijkheid te bestrijden. Maar ook het creëren van meer mogelijkheden voor flexibiliteit in ons onderwijsstelsel, specifiek bij de verschillende (traditionele) overgangen door de hele onderwijsketen heen.

Te weinig visie
‘Eén van de belangrijkste uitdagingen voor de komende jaren’, zo schrijft de Stichting van het Onderwijs in het Zespuntenplan, ‘is om te zorgen dat ons onderwijs de talenten van èlke leerling en student optimaal ontwikkelt, ongeacht afkomst of opleidingsniveau van ouders.’ Die ambitie ziet de stichting te weinig terug in het voorgenomen kabinetsbeleid. De sociale partners vinden dat de maatregelen daarvoor grotendeels blijven hangen in experimenten.

‘De Stichting van het Onderwijs mist een duidelijke visie over hoe het kabinet de gelijke kansen wil bevorderen’, zo stellen de organisaties in een persbericht. ‘Dat geldt ook voor het stimuleren van een leven lang ontwikkelen, dat essentieel is voor vooral de kwetsbare groepen in de maatschappij. Wil Nederland daadwerkelijk een inclusieve samenleving zijn waarin kinderen, leerlingen, studenten, maar ook volwassenen gelijke kansen krijgen, dan moet het kabinet hier serieus werk van maken en dat begint bij het ontwikkelen van een heldere visie.’

Tegengaan van werkdruk
Daarnaast zou er meer gedaan kunnen worden aan de aantrekkelijkheid van het werken in het onderwijs om de tekorten op de onderwijsarbeidsmarkt aan te pakken. Huidig voorzitter van de Stichting van het Onderwijs Paul Rosenmöller stelt: ‘Binnen de Stichting zien we de voorgestelde maatregelen voor de verbetering van de arbeidsvoorwaarden en het tegengaan van werkdruk in het primair onderwijs als eerste stap om de tekorten aan te pakken. We spreken met de nieuwe bewindslieden graag verder over aanvullend beleid.’

Doelmatigheidskorting
De sociale partners maken zich ook zorgen over de voorgenomen doelmatigheidskorting die het onderwijs boven het hoofd hangt. Dit betekent een dreigende bezuiniging van 183 miljoen euro voor het totale onderwijs, maar het is onduidelijk wat die gaat betekenen voor de verschillende sectoren. Rosenmöller in een persbericht: ‘Deze mogelijke bezuiniging is onverteerbaar.’ Ook vicevoorzitter van de Stichting van het Onderwijs Liesbeth Verheggen heeft er geen goed woord over. ‘Doelmatiger onderwijs betekent in dit geval een bezuiniging op onderwijs en dat rijmt niet met de ambities van het kabinet om te investeren in de kenniseconomie, de kwaliteit en de toegankelijkheid van ons onderwijs.’

Bronnen
Stichting van het Onderwijs
Zespuntenplan

 

 

 


Archief